maandag 9 maart 2009

Helden verhalen



Mijn papa houdt van leeslintjes. Ik, ik hou zo van leleetjes. Leleetjes zijn die labelflapjes die aan elk pluchebeests' kont genaaid zijn. Mijn papa praat graag in het honderduit over dingen die hij of iemand anders hebben meegemaakt. Daarbij gebruikt hij graag een grote pot zout en veel siroop. Hij gaat graag langs Parijs rond mar verteld wel altijd over echt gebeurde dingen. Het gaat niet alleen over de feiten, het gaat ook over het gevoel. Een verhaal heeft geen levensvatbaarheid zonder extra's, zonder saus, zonder gevoel, zonder eigenbelang van de verteller, zonder meer. Ik geniet van stilte en rust. Ik hou van veel kabaal, gepraat en mooie verhalen die mij sussen en stiekem ook iets leren. Papa leest heel graag. Als hij niet computert, neust hij in een boek. Computert schrijft men met een d niet t. Onlangs las hij mij voor uit heldenmerk. Hij heeft het bijna uit. Een verhaal moet goed verteld zijn, inhoud hebben en nog wel heelwat dingen maar bovenal, een verhaal moet doorverteld.

Een onsterfelijk verhaal
Terwijl papa mij gisteren zachtjes wiegend suste vertelde hij mij zijn verhaal. Een verhaal. Een onsterfelijk verhaal. Papa had het van zijn grootvader. Opa, pa, Fernand. Het was zijn peter, zijn doopvader. Fernand is ook mij tweede naam. Mijn derde is die van mijn mama's peter, Marcel. Zoals van die onderlijfjes van Christophe en Kaat.

Papa kent veel verhalen die zijn grootvader hem vertelde. Bijvoorbeld het verhaal achter een uitspraak die men in de Polderstreek bovenhaald wanneer iets veel meer lijkt dan het is: "Twa lik eu Kobboarts veughele nje zat doot up ze stock".

Vrij vertaald betekend dat evenveel als: "het lijkt net die vogel van Mr.Cobbaert, die zat ook dood op zijn stok". Het is een erg plaatselijk Polders gezegde die men vlotjes bovenhaald om aan te tonen dat het allemaal maar weinig soeps is. Dat het veel minder waard is dan het lijkt. Dat het wel mooi verpakt zit maar weinig inhoud heeft. Je zegt het wanneer iets weinig feitelijkheid maar veel volume heeft.Het kan vaak geegd van politiekers, veel verhaal, weinig inhoud.

Guillaume zou het bijvoorbeeld kunnen zeggen, nadat hij het boekje van meneer Maeda uitgelezen heeft. Simplicity. Guillaume vond het veel knopjes maar weinig licht. Misschien begreep hij het niet, of misschien bracht John zijn eenvoud gewoon met te weinig meeslepende saus. All the facts but none of the flavor. Vast.

Mr. Cobbaert en het verhaal van de vogel
Papa's grootvader, mijn intussen overleden overgrootvader, de Ferre. "Seule bloedt", zoals ze wel eens riepen vanuit de tribune langs het voetbalplein, werkte bij de boer. Voor dag en dauw, van 1947 tot 1952, hij werd er man, hij was er puber. Hij werkte er voor een appel en een ei, en een steengoed verhaal die als een onsterfelijke levensles verder leeft.

Mr.Cobbaert was de grootste producent in vogelvoer nadat de Duitsers de aftocht bliezen in 1945. Cobbaert leverde zo goed als elke boer van Knokke tot de Panne vogelzaad. Menig kip en zangvogel at ermee zijn maagje vol. Mr.Cobbaert was de rijkste boer der polders en had altijd wel wat te vertellen. Hij vertelde iedereen dat de kippen van de boeren maar zo lekker werden door zijn vogelzaad. Hij overpochte ook elke pluimveehandelaar dat hij het was die hun mooiste vogels had gemaakt.

U begrijpt, er kwam als snel reactie. De pluimveehandelaars waren niet meteen jaloers van Cobbaerts rijkdom. Wel waren ze erg aangedaan dat hij met hun welverdiende pluimen ging gaan lopen. Ze waren uit op wraak. Zoete wraak. Ere wie ere toekomt. Ze kwamen samen in een droge kille schuur aan de rand van Tilleghem bos. In die donkere nacht smeedden ze hun duister plan om die vervloekte Cobbaert een toontje lager te doen zingen. De boeren waren het vrijs nel eens. Cobbaert mag dan wel het beste zaad hebben, één van ons heeft de mooiste vogel. Mooier dan die van Cobbaert.

Kort daarop werd een vogelwedstrijd georganiseerd. Daar werd de mooiste vogel der Polders verkozen door een jury vogelkenners. Zo goed als alle ogels werden voerden met het zaad van Cobbaert. Allen behalve één. Eén ongelooelijke prachtparkiet. Zijn veren waren als met goud doordrongen. Zijn pootjes als met brons bezet. Cobbaert was razend van jaloezie en was als de dood voor mogelijks gezichtverlies. Nog voor de wedsrijd kon beginnen kocht hij de vogel voor een woekerprijs van de arme stakker die tot dan toe de trotse eigenaar was van het beestje. Rocco, want zo heette de vogel, won met glans het prestigegebeuren en Cobbaert schoof apetrots terug richting zijn hoeve omringt door mijlen landerijen. De dagen daarop hing Cobbaert aan de grote klok dat hij het was die de mooiste vogel bezat. Al was het niet gekweekt en grootgebracht met zijn zaad. Waar anders kon Cobbaert gaan pronken en uitpakken dan in café de Lijmpot, daar waar menig boer bleef plakken.

De lente stond op springen en het was tijd voor het jaarlijks boerenfeest. Na de burgemeesters' toespraak beklom Cobbaert het podium en nam het woord. hij sprak: "ik ent beste zoad, ik ent schoenste veughel, ik zin ier den boas, tis ier ol van min" (= ik heb niet alleen het beste zaad, ik heb ook de mooiste vogel van alle Polders boeren. Ik, ben hier heer en meester). Het werd muisstil op het Zerkegemse dorpsplein. Tot op zekere moment een schorre stem de stilte verbrak en riep: "ey Cobbe, ej em olle ki zien vliegene die veughel va je?" (= heb je die mooie vogel al eens zien vliegen beste vriend?). Een publieke schaterlach overstemde toen het klokken van de kerktoren. Cobbaert was er niet gerust in en repte zich sneller dan ooit terug naar zijn Zedelgemse hoeve. Daar porde hij zijn prachtparkiet aan om hem te doen gaan vliegen maar als voor dood bleef het beestje zitten. Het kon niet vliegen.

Wat is nu een mooie vogel die niet vliegen kan?

En zo zegt men in de Polders bij tijd en stond van dan af aan: "Twa lik eu Kobboarts veughele nje zat doot up ze stock".

2 opmerkingen:

ysabje zei

Heerlijk verhaal. Echt. En ook die leleetjes, deden me glimlachen... Merci!

Enne... er is niks zo ambetant als lezers die het over schrijffouten hebben, maar zou het niet kunnen dat 'vader computert' met een t is ipv een d? Ge moogt het natuurlijk altijd laten staan hoor. Het is uw blog. En niet de mijne. Maar 't is wel een toffe blog en een heerlijk kindje. Zo cute! Ik leef me makkelijk in want die van mij is ook nog een beetje klein...

Grapplica zei

D of T?

Just is just, computert zal dan wel met een t zijn hé :) - ik pas het aan

fijn weekend